P.1903/02 [Gent, ’s avonds] [Gand, le soir]-
Net als in Aan de Nederschelde. Laatste stralen uit 1888 drukte Baertsoen in zijn stadsgezichten de onvatbare tristesse uit die hij ervaarde bij einde en overgang. Hij zag met spijt hoe de oude, gepatineerde steden in Vlaanderen moesten wijken voor de moderniteit. Kunstcritici pikten deze kenmerkende eigenschap van zijn kunst spoedig op en verbonden hem steeds vaker met het thema van la ville morte. Baertsoen werd gezien als de artistieke pendant van Georges Rodenbach en Maurice Maeterlinck. In Baertsoens stedelijke universum zijn het niet de mensen, maar de stilte, de muren, het water, de boten en een alomvattende atmosfeer die primeren en de toeschouwer aanspreken